Geprikt…

Het gonst om me heen. Dagelijks stroomt mijn telefoon vol met berichtjes op WhatsApp: ”Ben jij al geprikt?”

Mijn leeftijdsgenoten zijn aan de beurt. Er lijkt een grote zucht van opluchting door mijn generatiegenoten te gaan. Alsof we worden bevrijd. Als je eenmaal geprikt bent, dan staat de wereld weer voor je open. Dan kun je weer doen wat anderhalf jaar lang verboden was.

Zelf ben ik al volledig gevaccineerd. Aan het begin van het jaar kreeg ik het voorrecht van mijn werkgever om me te mogen laten vaccineren. Bij mij ging de eerste prik er eind februari in: in mijn linker bovenarm, probleemloos.

Ik had om me heen gehoord dat veel mensen die met AstraZeneca geprikt waren een dag lang van de kaart waren en met flinke koorts op bed lagen. Dus ik zat ’s avonds op de bank te wachten op de koortsige uitwerking van mijn vaccinatie. Maar die uitwerking kwam niet. Hooguit voelde ik me een beetje duizelig, maar dat kan ook verbeelding zijn geweest.

Na twaalf weken mocht ik prik nummer twee halen. Keurig netjes op tijd meldde ik me weer bij de grote witte tent net buiten het dorp. Het epicentrum van een vrije toekomst. Deze keer kreeg ik, voordat ik geprikt was, al het vaccinatiebewijs. Even kwam de gedachte bij me op dat ik er nu vandoor zou kunnen gaan, en toch ‘volledig’ gevaccineerd naar mijn vakantiebestemming kon vertrekken.

Maar wie ‘A zegt moet ook B zeggen’ heb ik vroeger geleerd, dus ik sloot, als een brave en plichtsgetrouwe burger, achteraan in de rij. Ik constateerde iets minder grijze haren dan de vorige keer. Een vriendelijke mevrouw met een felgekleurd hesje vroeg of ik kwam ‘voor de Astra’? Het verguisde vaccin werd al afgekort alsof het m’n beste vriendin was.

Ook deze keer ontblootte ik dapper mijn linker bovenarm. Daarna keurig een kwartier gewacht. Weer iemand met een gekleurd hesje wees me op de rebus die naast me hing in de wachtruimte. Mocht ik me vervelen tijdens het wachten, dan kon ik altijd nog de rebus maken. Ik besloot de verplichte wachttijd scrollend op mijn telefoon door te brengen. 

Na een kwartier ging ik in een soort jubelstemming naar huis. Daar aangekomen was in enigszins teleurgesteld dat ze niet eens de vlag voor me hadden uitgehangen. Trots, blij en opgelucht kwam ik met mijn bewijs op zak de huiskamer in. Ik kon de wijde wereld weer in. Gaan en staan waar ik zou willen. Wat een ongekend gevoel van vrijheid.

En nu dus zijn mijn leeftijdsgenoten aan de beurt. Belangstellende appjes en foto’s van bepleisterde bovenarmen worden volop uitgewisseld. Langzamerhand krijgen we onze vrijheid weer terug. Nog even geduld en dan is iedereen in het bezit van de oh zo felbegeerde ‘ticket to freedom’.