Posts from the ‘Geen categorie’ category

Losgelaten…

Als koeien, die voor het eerst na de winter weer worden losgelaten, dartelt iedereen op straat. Van afstand houden is nauwelijks sprake meer ondanks grote billboards die ons iets anders vertellen. De pandemie is weliswaar aan het uitdoven maar het gevaar nog niet geweken. Denk maar aan vorig jaar zomer, toen we ook weer veel vrijheid kregen maar dat uiteindelijk moesten bekopen met een nog veel strengere en veel langer durende lockdown dan die van dat voorjaar.

Maar nu mogen we weer meer. De restaurants zijn open evenals de bioscopen en de musea. 

Net als heel Nederland leek het manlief en mij gezellig om weer een keer uit eten te gaan. We hadden al eens eerder dit jaar, bibberend van de ijzige voorjaarskou, verstopt onder dekens, geluncht op een terras, maar nu mochten we echt naar binnen. 

De eerste vier restaurants die we belden zaten al helemaal vol. We hadden beter kunnen reserveren werd ons elke keer opgewonden door de telefoon verteld en we werden veel succes gewenst met het vinden van een plekje. Het vijfde restaurant was raak. We konden zelfs nog kiezen hoe laat en waar we in het restaurant wilden zitten. Opgetogen en opgedirkt reden we ernaartoe. Eenmaal aangekomen wachtten we keurig met mondkapje en op 1,5 meter afstand van iedereen tot we naar onze plek zouden worden gebracht. Een vriendelijke dame moest eerst even in de computer kijken of we inderdaad werden verwacht: “Oh nee, we hebben geen reservering van jullie ontvangen”.

Even zagen we ons avondje uit eindigen bij de snackbar op de hoek, maar gelukkig hadden we wel een bevestiging in onze mail gekregen. Zelfs de computersystemen moesten na een lange periode van inactiviteit weer wennen.

We mochten wel even buiten zitten. Wilden we dat? Ondertussen werd er een plekje voor ons gecreëerd; op de tocht aan een klein tafeltje. We zaten naast elkaar, maar hey, we zaten binnen en dus besloten we om ons niet uit het veld te laten slaan.

Wachtend op ons eten memoreerden we hoe lang het wel niet geleden was dat we uit eten waren geweest. 

Terwijl we genoten kwamen er allemaal berichtjes op de familie-app binnen. Iedereen had hetzelfde idee gehad. Foto’s van allerlei verschillende tafelsettingen en samenstellingen verschenen op het scherm. Zo waren we op afstand toch in verbinding met elkaar.

Het eten smaakte heerlijk, we zaten knus en gezellig. De bediening vriendelijk. Wij waren er lekker even tussen uit.

Net als vele mensen met ons…

Geprikt…

Het gonst om me heen. Dagelijks stroomt mijn telefoon vol met berichtjes op WhatsApp: ”Ben jij al geprikt?”

Mijn leeftijdsgenoten zijn aan de beurt. Er lijkt een grote zucht van opluchting door mijn generatiegenoten te gaan. Alsof we worden bevrijd. Als je eenmaal geprikt bent, dan staat de wereld weer voor je open. Dan kun je weer doen wat anderhalf jaar lang verboden was.

Zelf ben ik al volledig gevaccineerd. Aan het begin van het jaar kreeg ik het voorrecht van mijn werkgever om me te mogen laten vaccineren. Bij mij ging de eerste prik er eind februari in: in mijn linker bovenarm, probleemloos.

Ik had om me heen gehoord dat veel mensen die met AstraZeneca geprikt waren een dag lang van de kaart waren en met flinke koorts op bed lagen. Dus ik zat ’s avonds op de bank te wachten op de koortsige uitwerking van mijn vaccinatie. Maar die uitwerking kwam niet. Hooguit voelde ik me een beetje duizelig, maar dat kan ook verbeelding zijn geweest.

Na twaalf weken mocht ik prik nummer twee halen. Keurig netjes op tijd meldde ik me weer bij de grote witte tent net buiten het dorp. Het epicentrum van een vrije toekomst. Deze keer kreeg ik, voordat ik geprikt was, al het vaccinatiebewijs. Even kwam de gedachte bij me op dat ik er nu vandoor zou kunnen gaan, en toch ‘volledig’ gevaccineerd naar mijn vakantiebestemming kon vertrekken.

Maar wie ‘A zegt moet ook B zeggen’ heb ik vroeger geleerd, dus ik sloot, als een brave en plichtsgetrouwe burger, achteraan in de rij. Ik constateerde iets minder grijze haren dan de vorige keer. Een vriendelijke mevrouw met een felgekleurd hesje vroeg of ik kwam ‘voor de Astra’? Het verguisde vaccin werd al afgekort alsof het m’n beste vriendin was.

Ook deze keer ontblootte ik dapper mijn linker bovenarm. Daarna keurig een kwartier gewacht. Weer iemand met een gekleurd hesje wees me op de rebus die naast me hing in de wachtruimte. Mocht ik me vervelen tijdens het wachten, dan kon ik altijd nog de rebus maken. Ik besloot de verplichte wachttijd scrollend op mijn telefoon door te brengen. 

Na een kwartier ging ik in een soort jubelstemming naar huis. Daar aangekomen was in enigszins teleurgesteld dat ze niet eens de vlag voor me hadden uitgehangen. Trots, blij en opgelucht kwam ik met mijn bewijs op zak de huiskamer in. Ik kon de wijde wereld weer in. Gaan en staan waar ik zou willen. Wat een ongekend gevoel van vrijheid.

En nu dus zijn mijn leeftijdsgenoten aan de beurt. Belangstellende appjes en foto’s van bepleisterde bovenarmen worden volop uitgewisseld. Langzamerhand krijgen we onze vrijheid weer terug. Nog even geduld en dan is iedereen in het bezit van de oh zo felbegeerde ‘ticket to freedom’.

Texel…

We zijn op Texel. Heerlijk. Het waait hard, dus we zijn al uitgewaaid. Ook hebben we al een bezoek gebracht aan Eco Mare. Daar hebben we geleerd over de verschillen tussen de gewone- en de grijze zeehond. We hebben zelfs al nieuwe schoenen voor de jeugd gekocht. En twee nieuwe schriften waarvan één voor in de tas. Mocht ik mooie zinnen opvangen dan kan ik deze daarin kwijt. Van schriftjes kun je nooit genoeg hebben.

Nu zitten we op onze hotelkamer. Er is een tafel en er staan twee stoelen. De tafel is uitklapbaar en op een van die stoelen zit ik rozig en met rode wangen van het juttertje en de harde wind te schrijven.  

Het enige nadeel van een hotelkamer, een weekendje weg en corona is, dat de restaurants niet open zijn en dat het daarom een beetje tobben is om aan je eten te komen. Aangezien meer dan de helft van de familie, ontzettend last van hongerklop heeft is dat wel een ding. We worden chagrijnig tegen elkaar, ongeduldig en het gevaar om ruzie te krijgen ligt dan op de loer. Dit stopt niet eerder dan wanneer iedereen weer gevuld is met een maaltijd. Dus is manlief op zoek naar een snackbar om friet te halen. 

Op dat ene, onhandige aspect van het eten na, is het prima. Vanavond kijken we lekker tv. Morgen om 9.00 uur staat er een ontbijtzakje voor eenieder van ons klaar. Wat wil een mens nog meer? We gaan genieten. Het is goed dat niet alles is zoals je zou willen dat het was, en daarom zijn we, in afwachting van de frietjes, alvast maar begonnen met genieten.

Opperste concentratie…


Na een lange winter is het heerlijk om de dijk weer op te rijden. Het is prachtig weer, het voorjaarszonnetje schijnt maar een frisse noordenwind zorgt ervoor dat ik nog een jas aan wil.

Een blauwe Audi, een felgekleurde BMW en een oude Mini sieren de kant van de weg. Alsof er geen winter is geweest. Langzamerhand komt onze bestemming in zicht. Ik zet mijn voeten in het gras als ik uitstap en zie het stille wateroppervlak naast me. Pinksterbloemen staan prachtig paars te bloeien in de berm.

We steken de weg over en het grind kraakt onder onze voeten. Ik voel de warmte van afgelopen zomer en hoor in gedachten het liedje wat toen een hit was: “Savage love” van Jason Derulo, vanaf nu onlosmakelijk verbonden met onze aanwinst van vorig jaar. We lopen door en zien de nieuwe huurboten alweer liggen. Een grote boot hangt in de havenkraan, klaar om te water te worden gelaten. We gaan de bocht om en lopen langs het lege restaurant. De ramen, die normaal gesproken allemaal open staan, zijn gesloten. We lopen verder over de steiger. Ik voel de planken doorbuigen onder m’n eigen gewicht. Nog 1 bocht te gaan en dan zie ik, voor het eerst na een lange winter, ons bootje weer. Stralend wit ligt ze te schijnen in de zon.

Als ik aan boord stap wiebelt ie vertrouwd. Ik stap weer uit en zak door m’n knieën op de steiger om het slot open te maken. Als ik maar niet de sleutels in het water laat vallen… Maar nee, stel ik mezelf gerust. Dat is nog nooit gebeurd vorig jaar en bovendien, als het wel gebeurt, blijven ze toch drijven. Even weet ik niet meer hoe het moet, maar dan al gauw sprint het slot open. Ik maak de touwen los en ga achter het stuur zitten. Eerst de dodemanssleutel vastmaken en daarna de sleutel in het contact. Omdraaien en warempel. We zijn klaar voor vertrek.

Ik zet de schakelaar in z’n achteruit en maak de andere touwen los. Langzaam varen we de haven uit en steeds een stukje sneller naar het meer.

De zon schijnt fris op m’n wangen. Futen duiken onder de boot door en komen even verderop weer tevoorschijn. Sternen schreeuwen verlangend in de lucht. Zo was het vorig jaar en zo is het goed. Ik hoop op nog vele vaartochtjes deze zomer.

Stilte…

Voor het eerst sinds een hele lange tijd is het stil in huis. Er is helemaal niemand, behalve ikzelf.  De hamster rommelt wat in zijn kooi en de poes snurkt zachtjes in de warmte van de zon.

Geen onlinepresentaties die door het hele huis schallen, geen brullende vrienden op de chat en geen geloop heen-en weer naar de keuken op zoek naar voedsel voor de onstilbare trek.

Het is de enige dag in het coronarooster, dat zoon-en dochterlief tegelijk naar school mogen. Voor de rest van de tijd hebben ze om en om les. Na vandaag dus elke dag een ander kind thuis, met al het bijbehorende lawaai van dien. 

Manlief heb ik naar zijn moeder op de koffie gestuurd en nu geniet ik van de rust in huis.

Het is heerlijk om even een gek dansje te kunnen doen op een liedje uit je Playlist ‘foute muziek’. Zonder de kans betrapt te worden en er meewarig geschud wordt met een puberhoofd: “Doe niet zo belachelijk mam!”. Of gestoord te worden in het schrijven van een verhaal en de vraag te moeten beantwoorden: “Wat ben je aan het doen?”. Ik weet, het is belangstelling. Maar ik wil even verantwoording afleggen voor wat ik doe. Ik wil m’n eigen gang kunnen gaan en dat verlangen wordt steeds groter.

Dankzij een alles ontwrichtend virus is elke dag het huis vol. Voller dan vol. Maar vanochtend dus niet. Ik heb geen plan voor deze ochtend. Uiteraard gaan de dagelijkse dingen als de was en de boodschappen gewoon door. Maar het feit dat ik kan gaan en staan waar ik wil, zorgt voor een wolkeloze hemel in m’n hoofd. Straks ben ik blij dat iedereen weer thuis is en het huis weer gevuld is met pubergeur en luid gelach. Maar nu nog niet. Nog even niet.

De telefoon gaat. Ik neem niet op en laat zo de stilte nog een heel klein waardevol ieniemienie-uurtje voortbestaan.